Digitaal dagboek

Lees hier onze spannede verhalen

Men laat ons in het ongewisse, en moesten zelf voor ons eten zorgen …

by Jacqueline Boelens on 19/06/2017

Donderdag 16 mei 1940

Het regiment kreeg van de ID een stuk K47 als versterking.

4:00 uur: iedereen was op de stelling. Andere opstellingen, met betere zichtbaarheid en met aangepaste camouflage werden uitgezocht en in gereedheid gebracht. Heel de dag bleven we aan de stukken, met spanning wachtende op de komende dingen want de vijand was toch heel dicht in de buurt. Het was eigenaardig dat men ons niets vertelde van het gebeuren en dat we niets vernamen van de algemene toestand. Ons werd niets gezegd. Wij zaten op onze enkele vierkante meters met uitzicht op de plek vanwaar de vijand zou kunnen komen opdagen. Geruchten werden genoeg verspreid ,steeds hoorden we verwijderd mitrailleurvuur, er werd beweerd dat er rond 14:00 uur een hevige uitval van de vijand zou zijn geweest en dat precies voor de 10e cie. Wat er ook van aan was, omstreeks 16:00 uur opende de artillerie het vuur en dat regelingsvuur bleef aanhouden tot 18:00 uur.

Een K47 op weg tijdens de oorlogsdagen

Een K47 op weg tijdens de oorlogsdagen

Omstreeks dat uur hoorden we geruchten over “verder optrekken”. Was het weer zover? En dan kwam het bevel, “zich klaar maken om te vertrekken”. We zouden dus weer verder achteruit moeten en nog niet eens een echt treffen gehad met de vijand. Nochtans stonden we steeds klaar om elke aanval op te vangen.

Zo was het tenminste bij onze stukken K47. Van wat er zich verder afspeelde wisten we niets. Tot nu toe beperkte de oorlog zich voor ons, stellingen uit te bouwen, ’s nachts de wacht te verzekeren ofwel de weg op om verder te trekken in zware en moeilijke marsen, en zorgen dat we ergens wat te eten vonden. Aan dat laatste werd bij het leger schijnbaar niet veel aandacht besteed of was het dan toch zo een warboel dat alle ravitaillering en vervoermiddelen in het honderd waren gestuurd. Men moest niet eens een groot strateeg zijn om aan zijn ellebogen te voelen dat er niet iets, maar heel wat, misliep.

Nu, het bevel was gekomen en we zouden weer verder trekken. De versterkingen van het Bon “zware wapens” zouden bij de respectievelijke bataljons blijven, behalve de 15e cie. die samen met haar door paarden getrokken vervoer één kolonne zou vormen.

De achterhoede bestond uit een peloton fuseliers, per cie., , het peloton verkenners gesteund door twee secties K47 onder het bevel van de bevelhebber van het HI/9. Het regiment zette zich in beweging om 22:30 uur.

Om 23:30 uur vertrokken de stukken Buttiens en Bastiaensen als dekking van de kolonne. De stukken Soetens en Aurousseau bleven in achterhoede tot 2:30 uur. het werd weer een zeer afmattende mars over Duffel, Waelhem en Mechelen, weer eens zo’n 25 km en het was nog niet gedaan want we zouden verder trekken.

Jacqueline BoelensMen laat ons in het ongewisse, en moesten zelf voor ons eten zorgen …