Digitaal dagboek

Lees hier onze spannede verhalen

Zo, laat ze nu maar komen!

by Jacqueline Boelens on 19/06/2017

Woensdag 15 mei 1940

4:00 uur: iedereen op de stelling die verder moest afgewerkt worden en er was zelfs sprake van een schuilplaats te bouwen.

9:00 uur: stuk 10 moest stelling nemen, vlak tegen de ijzeren muur aan en moest de secundaire weg naar Lier in de gaten houden. De anderen stukken kregen ook hun plaatsen aangeduid en wij konden beginnen met de uitbouw van de stelling; stuk 10 had een zeer lastige schietplaats, het zou slechts één maal op een pantserwagen kunnen vuren. Nadien zou het onmogelijk worden te vuren en dat wegens de hindernis die de IJzeren muur vormde.

De ijzeren muur

De ijzeren muur

Om 11:00 uur werden de hekkens van de versperring dicht gemaakt. Er werd gezegd dat de Duitsers in Koningshooikt waren. Om 16:00 uur werd gemeld dat men voor de 9e en de 10e cie., Duitse patrouilles had waargenomen. De bevelhebber van het III/9 gaf bevel aan het Pon mortieren het vuur te openen op een gebouw waarin zich vijandelijke waarnemers en verkenners ophielden.

De dorpen waar we voordien waren voorbij gekomen, liepen nu leeg. De burgers, radeloos geworden bij het zien naderen van enkele Duitse pantserwagens, waren allen op de vlucht geslagen.

18:00 uur: de vijandelijke patrouilles die zich verspreid hadden onder het mortiervuur kwamen opnieuw opzetten. Plotseling hoorden we hevig schieten, en dan een kanonschot van een stuk geschut van klein kaliber. Daarna opende een van onze 4.7 het vuur, en nadien hoorden we nogal sterk heen en weer schieten. Bij de 10e cie. had een kanon 37 mm het vuur geopend op het hekken van de ijzeren muur. Op deze plaats bevond zich het stuk Bastiaensen (stuk 12). Het Duitse anti tankkanon had 16 schoten kunnen afvuren. Het werd een treffen tussen de twee kanonnen. Pierre van Deuren, van stuk 12 vertelt ons: “de dorpen waar we voordien waren voorbij gekomen, liepen nu leeg. De burgers, radeloos geworden bij het zien naderen van enkele Duitse pantserwagens, waren allen op de vlucht geslagen”. Ons stuk trok de wacht op aan de ijzeren muur, bij het Fort van Lier te Koningshooikt. In de namiddag kwamen geniemannen de muur grendelen. Tot dan toe was er een opening gelaten om de burgers toe te laten door te trekken.

Het was rond 5 uur in de namiddag dat Raymond Delbeke ons proviand kwam brengen. Soldaat Baethe, een beenhouwersgas had de nacht tevoren een zwaar varken gekeeld. Op dat ogenblik waren we slechts met zijn drieën aan het stuk: kpl Van Houcke, Jean van Bellingen en ikzelf, de anderen waren bezig een nieuwe stelling te delven voor het geval dat we zouden moeten wijken. We hadden, hongerig als we waren gretig een hap genomen van een smakelijk uitziende varkensrib, toen de eerste schoten vielen. In de bocht van de baan die we moesten bewaken zagen we een pantserwagen met kanon 37 mm opdagen, samen met verkennersgroepen. Deze laatsten maakten gebruik van de sloot bezijden de weg, maar aan de overkant. Ons eerste schot had geen uitwerking doordat onze kijker het niet deed. Dan laad ik het kanon met een 2de springgranaat en maak gebruik van de schootslijn die zich op het kanon bevindt om het stuk te kunnen richten. De pantserwagen stond stil na ons eerste schot. Het tweede schot gaat af en bij een ongehoord geluk schieten wij in de roos. Nadien heb ik vernomen dat we onze tegenstander getroffen hadden tussen het schild en de loop en dat we alzo de kulas zouden hebben doen springen.

De verkennersgroepen waren echter niet buiten gevecht gesteld en die hadden nu onze standplaats ontdekt. Een regen van kogels kwam op ons neer. Een MG schutter die ons was toegewezen als steun werd als eerste getroffen. Volgend was Raymond Delbeke, die een kogel door zijn rechterhand kreeg. Even later wordt Achilles van Hoecke getroffen in de linker arm, Jean van Bellingen krijgt een scherf in de heup. De gewonden trekken zich terug en ik blijf alleen aan het stuk. Adj. Hoschet en sgt. Bastiaensen kwamen me vervoegen. Een scherf raakt mijn rechterhand en we zagen ons genoodzaakt al sluipend weg te trekken. Op zeker ogenblik konden we niet meer verder wegens onze eigen prikkeldraadversperring. Onmogelijk het hoofd omhoog te brengen want de Duitsers schoten rakelings boven het graangewas. Al bij al mochten we nog van geluk spreken want ik had de voorziene kniptang aan mijn gordel hangen. Deze werd onze reddende engel, en niettegenstaande mijn kwetsuur, kon ik het onderste deel van de draad doorknippen zodat we eronder konden kruipen. Dan trokken we naar de verplegingsdienst waar we onze gekwetste makkers terug vonden. Nadat een spoedverband werd aangebracht werden wij zoals de drie musketiers, die ook met vier waren, met een ziekenwagen naar de achterste linie gebracht; het waren Achilles, Raymond, Jean en ik. Korporaal Achilles van Houcke werd door de korpsoverste tot sergeant bevorderd.

Jacqueline BoelensZo, laat ze nu maar komen!